Begin jaren negentig heb ik een aantal jaren gewerkt voor de Erasmus Universiteit aan een aantal onderzoeken. Ook aan het onderzoek: “Perron Nul en de bezoekers die er kwamen”. Uit de resultaten kwam dat in de eerste plaats de bezoekers er kwamen om elkaar te ontmoeten, de tweede plaats uiteraard om drugs te kopen en te gebruiken
Laatst zag ik een uitzending van de Reünie, een programma waarin oude klasgenoten elkaar weer ontmoeten onder leiding van Rob Kamphues. Een uitzending waarin ik een man zag die ik ken uit de scene van gezicht. Een gebruiker en dakloos,met z´n baardje en halflange haren. Evert Jan heet hij. Hij zat toen in de klas met Hugo Borst die later nog een mooie column schreef over hem waar een stukje van werd voorgelezen in de uitzending.
Het mooie ervan was dat ie gewoon zei dat hij gelukkig is en dat kon hij maar niet geloven, Rob. Hoe kan je nou gelukkig zijn als Junkie. Dat is toch een ellendig leven. Totdat de hulpverleenster zei:” ik heb respect voor zijn leven. “Als hij er tevreden mee is, wie ben ik dan om te zeggen van niet. En dat was precies het goede antwoord.





















