/Dit is een interview, in delen. 15 jaar geleden geschreven door Hennie Maatjes, Journalist bij De Nieuwe Revu. Toen gepubliceerd in de Nieuwe Revu, sinds 1 juli weer Revu. Nu herschreven en bewerkt door mijzelf

De hel onder de warme deken-

The Needle and the dammage done

Ongeveer 15 jaar geleden ben ik geinterviewd door Hennie Maatjes, toen journalist bij de Nieuwe Revu. Dit artikel heb ik pas weer gekregen, de copietjes overgetypt. Of het gedateerd is weet ik niet en een paar dingen zijn niet uitgekomen..ik ben nu 1 ding wijzer dan toen: je bent er nooit vanaf, net als Herman Brood zou zeggen, het is een aap die op je rug zit, hij gaat overal met je mee…

De Hel onder de warme deken

Zodra ik het echt kan haten, zal ik het met een lach door mijn vingers laten gaan en het aan mijn broek afvegen.

Dat schreef Liesbeth uit Rotterdam tien jaar geleden in haar dagboek. Twee jaar later had ze de moeizame strijd tegen de heroïne en de aanzuigende wereld daaromheen gewonnen. Nu alweer acht jaar clean zegt ze zeker te weten dat ze er nooit meer aan zal beginnen. Maar toch, als ze het over de smack heeft, praat ze daar met respect over. Het respect van iemand, die de verslaving kent en weet wat de bekoring is. “Dope is een soort bevrijding”, legt ze het probleem uit.”Een warme deken die je over je heen trekt”. Een kameraad die altijd bij je is, wat een geruststellend gevoel geeft. Dus als je afkickt raak je in een rouwproces omdat je en goede vriend bent verloren. En je voelt dat je in de kou komt te staan.

Ergens in een schoolschrift, weer één van die dagboeken uit de paar jaar dat ze vocht om van de verslaving los te komen, schreef ze na een dag met een nog wel zwaar verslaafde vriendin te zijn opgestoken. “Het doet pijn om dat wereldje achter me te laten. Ik ben zelfs jaloers. Want dan zie ik hoe verdomd makkelijk het is om met 50 cc methadon in je lijf te lopen. Je hebt overal schijt aan, leeft in je eigen wereldje, waar je je plaats hebt, waar ze over je lullen….’

Die dag was één van de vele dagen dat ze weer een terugval had gehad, dat ze toch weer een streep heroine had genomen en zich heerlijk had gevoeld. En daarna weer schuldig.

Het dubbele gevoel, de verwarring over wat nou de echte bevrijding was, wel of geen dope, leefde in die tijd volop in haar binnenste. Ze schreef:”Waarom staat mijn gevoel niet achter mijn verstand? Waarom voel ik het niet, wanneer ik met afschuw denk aan die dope?”

Een stem in haar binnenste had het simpele antwoord op dat moment, midden in de jaren tachtig, even makkelijk kunnen geven als iedereen met een miniem beetje boerenverstand: omdat je een junkie bent.

Ze wil geen zeikverhaal over een junk die tien jaar aan het gas ligt, die mensen bedriegt, jat als het even kan om haar dope te komen, dat soort downverhalen ziet ze niet zitten. Voorbeelden te over

Tegenwoordig komt ze haar vroegere dopevrienden tegen als ze in de scene moet zijn om te interviewen, die ze doet voor de universiteit. Dan verteld ze verder., over haar intense relatie met de dope en hoe ze er uiteindelijk afkwam, na dertig of veertig keer terugvallen. Dit is een verhaal van een andere junk, eentje die niet opgeeft. Ze zegt, geloof me, ik ben niet de enige. Ze zit op haar bank, haar ogen gericht op MTV en neemt een flinke trek van haar halfzware shaggie en zegt half luchtig, half bezorgd: “Maar wij, in die tijd, rookten nog geen gekookte coke. Sinds het basen hier opkwam, is de scene veel harder geworden. Pure coke, dat komt hard aan.”

Een duidelijke reden om aan de harddrugs te gaan heeft ze voor haar gevoel nooit gehad, zegt ze zelf. Terwijl een buitenstaander in haar levensloop evidente gebeurtenissen en omstandigheden ziet om een vlucht in de harddrugs te kunnen verklaren, schudt zij daarbij haar hoofd. “Nou nee, voor ons was het geen vlucht.”Ze gaat door: “Ik had hele lieve ouders. Ik ben als kind niet misbruikt of mishandeld. Maar mijn jeugd is wel bepaald door de ziekte van mijn moeder en die van mijzelf. Daar draaide alles wel om. Mijn moeder had multiple sclerose, die spierziekte die niet te genezen is en alleen maar erger wordt. Toen ik 4 was, zag ik haar zo voor mij neervallen, ieder keer gebeurde dat en dan riep ze: “Roep de buurvrouw”, roep de buurvrouw!”Dat waren dingen die schokkend voor me waren en me altijd zijn bijgebleven. Maar wat erger was, achteraf gezien, dat was het gemis van hechting, liefde, knuffelen. Toen ik 4 was kwam ze al in een rolstoel terecht en ze heeft me nooit echt kunnen aanraken. “Daar kwam ook nog iets bij. Ik had astma. En daardoor werd ik 6 weken naar zee gestuurd. Naar oostvoorne of zoiets. Zo’n soort herstellingsoord. Ik was toen, denk ik ook 4. Dat ik zomaar op de trein werd gezet, daar snapte ik niks van. En toen mijn ouders me na zes weken kwamen halen, herkende ik mijn moeder nauwelijks meer. Die herinnering is me erg bij gebleven. wordt vervolgd…

Related Posts with Thumbnails
Share and Enjoy:
  • Print
  • Digg
  • del.icio.us
  • Facebook
  • Google Bookmarks
  • eKudos
  • email
  • Hyves
  • NuJIJ
  • StumbleUpon
  • Technorati
  • Twitter
  • Yahoo! Bookmarks